|
Het sluiten van een huwelijk is in elke cultuur anders. In Nederland kennen we daarin het kerkelijk huwelijk, maar ook in andere culturen zijn er gebruiken bij de inzegening van een huwelijk. Het kerkelijk huwelijk is binnen de christelijke traditie een verbintenis tussen een man en een vrouw die bezegeld wordt in het bijzijn van God en zijn gemeente of gemeenschap. In de Rooms-Katholieke Kerk is het huwelijk een van de zeven sacramenten. Binnen de protestantse kerken wordt het kerkelijk huwelijk beschouwd als een inzegening van datgene wat eerder al in het gemeentehuis heeft plaatsgevonden. Binnen de Rooms-Katholieke Kerk wordt het kerkelijk huwelijk beschouwd als gelijkwaardig aan het burgerlijk huwelijk. Men spreekt dan ook wel van overtrouwen. In sommige landen, zoals Ierland, is er geen sprake van een scheiding tussen burgerlijk en kerkelijk huwelijk, en wordt een huwelijk gewoon altijd in een kerk gesloten. Ook in de Middeleeuwen bestond er geen apart burgerlijk huwelijk. Ook in Spanje, Portugal en Polen is het kerkelijk huwelijk rechtsgeldig. In Nederland bepaalt het Burgerlijk Wetboek (Boek 1, artikel 68) en het Wetboek van Strafrecht (Artikel 449) dat geen kerkelijk huwelijk voltrokken mag worden zonder een voorafgaand burgerlijk huwelijk. Hier staat zelfs een geldboete tegenover. Hoewel steeds vaker het burgerlijk huwelijk openstaat voor homoseksuelen en lesbiennes, is het vooral in de Oosters-orthodoxe en Rooms-Katholieke Kerken verboden zulke verbintenissen in te zegenen. Liberale protestanten en anglicanen staat een inzegening wel vaak toe, meer concervatievere gereformeerden veelal niet.
|